De chrysant bloeit goud: het keerpunt van verval naar herrijzenis en de kluizenaarsethos van Hanlu
Dit artikel belicht het zonnetermijn Hanlu (Koude Dauw) vanuit de filosofie van de pre-Qin confucianisten en taoisten, de oorspronkelijke betekenis der karakters, astronomie, fenologie en het Dubbel-Negende Chrysantenfestival. Het ontleedt de geleidelijke overgang van dauw van 'wit' naar 'koud', het principe van het Bo-hexagram waarin vijf yin-lijnen de ene yang aantasten terwijl de 'grote vrucht niet gegeten wordt', alsook de kluizenaarsethos van de chrysant die de herfstrijp trotseert en het protocol van de wilde ganzen als 'gasten' — en onthult zo de verborgen kiem van herrijzenis in het verval van de yang-energie.

Hoofdstuk 11 — Landbouw en menselijk handelen: de laatste oogst, alles gaat de schuur in
I. 'In de negende maand wordt winterkleding uitgereikt': de algemene mobilisatie voor de winter
Het Shijing (Binfeng, 'Zevende Maand'):
"In de zevende maand stroomt het vuur neerwaarts; in de negende maand wordt winterkleding uitgereikt."
'Winterkleding uitreiken' (授衣, shou yi) — het klaarmaken en uitdelen van winterkleding — is de belangrijkste menselijke bezigheid van de negende maand. Het karakter 'uitreiken' (授) echoot de plechtigheid van 'eerbiedig de seizoenen schenken'.
Het gedicht schetst ook hoe de krekel met de koude steeds dichter bij huis komt: "In de zevende maand in het veld, in de achtste maand onder het afdak, in de negende maand bij de deur, in de tiende maand onder mijn bed" — een levendig beeld van hoe alle wezens zich bij toenemende koude van buiten naar binnen terugtrekken.
II. 'Wanneer de rijp begint te vallen, rusten de honderd ambachten'
Het Liji ('Yueling'): "In deze maand begint de rijp te vallen en rusten de honderd ambachten." Dit is geen luiheid maar wijsheid: wanneer hemel en aarde zich terugtrekken, trekt ook de mens zich terug. De wisseling van inspanning en rust — "eenmaal spannen, eenmaal ontspannen, dat is de Weg van Wen en Wu" (Liji, 'Zaji') — is de sleutel tot duurzaamheid.
III. De schuur en het 'proef'-offer: dankbaarheid jegens hemel en aarde
Het 'Yueling': "Men beveelt de hofmaarschalk alle oogst geheel binnen te halen, de opbrengst der vijf granen te registreren en de oogst van het keizerlijke akkerland in de goddelijke schuur op te slaan — met de uiterste eerbied en zorgvuldigheid."
Waarom diende het opslaan van graan met zoveel vroomheid te geschieden$27 Omdat de oogst in de ogen der voorouders niet slechts het resultaat van menselijke arbeid was, maar een geschenk van hemel en aarde. De late herfst kende ook het 'proef'-offer (chang): het aanbieden van het nieuwe graan aan hemel en voorouders alvorens het zelf te nuttigen — een uiting van dankbaarheid en nederigheid die naadloos aansluit bij de 'behoedzaamheid' en 'bescheidenheid' die het Bo-hexagram leert.