Over de interpretatie van 'De wijze doorziet de verborgen complexiteit van het Al': De oorspronkelijke code van Xiang en Yao
Dit artikel onderzoekt diepgaand de kernstelling uit de Xi Ci Shang Zhuan (Grote Commentaar, Bovenste Deel) van de Zhouyi over hoe de wijze de verborgen patronen (ze) omzet in beelden (xiang) en lijnen (yao), en reconstrueert daarmee de fundamenten van de Yi-theorie.

Inleiding: Een passage die telkens opnieuw wordt voorgedragen, maar wellicht nooit werkelijk begrepen
Het achtste hoofdstuk van de Xi Ci Shang Zhuan (Grote Commentaar, Bovenste Deel) uit de Zhouyi (Boek der Veranderingen) luidt:
"De wijze bezit het vermogen om de verborgen complexiteit (ze) van het Al te doorzien; hij bootst de uiterlijke vormen na en beeldt de gepaste aard der dingen uit — daarom noemen wij dit xiang (beeld). De wijze bezit het vermogen om de beweging (dong) van het Al te doorzien; hij beschouwt de kruispunten en doorgangen, voert daarnaar de plechtige voorschriften uit, en hecht woorden eraan om over geluk en ongeluk te oordelen — daarom noemen wij dit yao (lijn)."
Deze passage is door commentatoren van alle tijdperken geciteerd en besproken. Sinds de Han-dynastie hebben geleerden als Zheng Xuan, Yu Fan, Han Kangbo, Kong Yingda, Cheng Yi, Zhu Xi, Wang Fuzhi, Hui Dong en Jiao Xun — kortom allen die zich met de Yi bezighielden — bij dit hoofdstuk stilgestaan en diep nagedacht. Juist omdat de bewoordingen bondig doch de betekenis overvloedig is, en juist omdat deze passage het theoretische scharnierpunt vormt van de gehele Xi Ci Zhuan, hebben de interpretaties door de eeuwen heen vaak slechts een enkel aspect belicht: sommige neigden naar de beeldsymboliek en getallen, andere naar de morele betekenis, weer andere beperkten zich tot filologische detailanalyse of vervlogen in verheven maar leeg theoretiseren. Geen van hen is er werkelijk in geslaagd om vanuit het oorspronkelijke denken van de pre-Qin-periode, laat staan van de hoge oudheid, te vragen waarom deze passage zo geformuleerd is en welke vraag zij eigenlijk beantwoordt.
Dit artikel beoogt een onderzoek dat afwijkt van het gangbare. Wij haasten ons niet om elk woord filologisch te ontleden — hoewel filologie een noodzakelijke grondslag is — maar stellen eerst enkele fundamentele vragen:
Ten eerste: wat is "de verborgen complexiteit van het Al" (tianxia zhi ze)$1 Waarom moet de wijze deze "doorzien"$2Ten tweede: welke cognitieve sprong vindt er plaats van ze naar xiang$3Ten derde: wat is de verhouding tussen "de beweging van het Al" en "de verborgen complexiteit van het Al"$4 Waarom worden zij afzonderlijk besproken$5Ten vierde: waarom wordt yao in verband gebracht met "plechtige voorschriften" (dianli)$6 Welke institutionele achtergrond uit de hoge oudheid schuilt hierachter$7Ten vijfde: wat onthult de scheiding tussen xiang en yao over de interne structuur van de Zhouyi$8
Met deze vragen als leidraad vertrekken wij vanuit de wortels der woorden en dringen laag voor laag dieper door, in een poging de oorspronkelijke betekenis van deze passage te raken.