Xunzi's 'Jiebi': Over de totaliteit van de Weg, cognitieve beperkingen en de zegen van onbevangenheid
Dit artikel biedt een diepgaande analyse van Xunzi's hoofdstuk 'Jiebi' (Het opheffen van verblinding), waarin de cognitieve wortels van de 'ramp der verblinding' bij de pre-Qin denkers worden onderzocht. Door een ontleding van het principe 'de Weg belichaamt het bestendige en omvat alle verandering' wordt het menselijke dilemma van gehechtheid aan 'een enkele hoek' blootgelegd, en wordt de transcendente waarde van Confucius' 'menslievendheid en wijsheid, vrij van verblinding' verhelderd.

Hoofdstuk zestien -- Slotbeschouwing: de totaliteit van de Weg en de inspanning van het leren
Terugblik: waarom verblinding ontstaat
"Verblinding" ontstaat uit drie oorzaken:
Ten eerste, de heelheid van de Weg. "De Weg belichaamt het bestendige en omvat alle verandering" -- de Weg is een alomvattend geheel. Juist doordat de Weg zo groot en zo volledig is, kan de eindige mens moeilijk het volledige beeld vatten en ziet hij gemakkelijk slechts een enkel facet.
Ten tweede, de eindigheid van de mens. Het menselijk leven, het kenvermogen en het ervaringsbereik zijn begrensd. Om onder eindige omstandigheden de oneindige Weg te kennen moet men keuzes maken -- men kan niet alle domeinen tegelijk in de diepte bestuderen. Deze onvermijdelijke keuze zaait het zaad van verblinding.
Ten derde, de neiging tot zelfgenoegzaamheid. De mens is van nature geneigd zijn eigen kennis te overschatten,