De Yijing uitgelegd voor een verre gast: een inleiding tot de Xici zhuan
Een inleiding tot de Xici zhuan (Grote Verhandeling) van de Yijing, geschreven voor een lezer uit den verre. Vanuit de grondbegrippen — hexagrammen, yao-lijnen, yin en yang, hoog en laag — worden opbouw en leeswijze van de Xici verhelderd, gangbare misverstanden bij beginners en overzeese lezers opgeruimd, en de weg geëffend voor een grondige studie van de twaalf hoofdstukken van de Bovenste Overlevering.

VII. Hoe te lezen — en een woord aan de verre vriend
Tot slot een woord over de leeswijze.
De Xici schrijft de edele een dagelijkse oefening voor bij het lezen van de Yi: "Wanneer de edele in rust verkeert, beschouwt hij de beelden en overweegt de teksten; wanneer hij tot handelen overgaat, beschouwt hij de veranderingen en overweegt de orakels" (jūnzǐ jū zé guān qí xiàng ér wán qí cí, dòng zé guān qí biàn ér wán qí zhàn). In tijden van rust en ledigheid beschouwt men de beelden en overweegt men de teksten; staat men op het punt te handelen, dan beschouwt men de veranderingen en overweegt men de uitspraken. Het lieflijkste woord hier is wán — "spelen", in de zin van "herhaaldelijs betasten, onderdompelen, niet moe worden". Dit boek is niet bedoeld om vluchtig doorheen te lezen, maar om bij de hand te houden, in het hart te bewaren, als het strelen van een stuk jade: hoe meer men het betast, hoe warmer het wordt, hoe langer men ermee omgaat, hoe meer het glanst. Daarom is het eerste recept voor het lezen van de Xici: langzaamheid. Eén hoofdstuk mag men een maand lang lezen, één zin mag men drie jaar lang overwegen. Ook onze twaalf lezingen zijn bewust in een bedaard tempo geschreven — elke lezing telt zo'n tienduizend karakters, zin voor zin voortgaand, zonder haast, zonder haltes over te slaan, in navolging van de wilde gans uit hexagram Jian: elke etappe is een etappe op zich.
Het tweede recept: lees de Xici als beeld, niet als betoog. De Xici zegt dat de wijze de Yi heeft gemaakt door "de gedaante van de dingen na te bootsen en hun geschiktheid in beelden te vangen" (nǐ zhū qí xíng róng, xiàng qí wù yí). Haar wijze van spreken is het aanreiken van beelden, niet van definities; het is aanwijzen, niet bewijzen. Leest men "de donder dreunt en schalt, de wind en regen doorweken" (gǔ zhī yǐ léi tíng, rùn zhī yǐ fēng yǔ), dan moet men het onweer zien; leest men "in volmaakte stilte, onbewogen — maar bij aanraking doordringt zij ogenblikkelijk alles", dan moet men die stilte en die aanraking voelen. Ontleedt men haar met de gewoonte van het begripsmatig analyseren, dan is het alsof men een gedicht in zijn grammatica uiteenrafelt: het gedicht sterft. En juist daarom staat zij open voor de lezer — de Xici zegt zelf: "De menslievende ziet het en noemt het menslievendheid, de wetende ziet het en noemt het weten." Dit is geen vaagheid, dit is de eerlijkheid van een spiegel.
Over poëzie gesproken — het verdient een extra opmerking. De oudste Chinese dichtbundel, de Shijing (Boek der Oden), kent een dichterlijke techniek genaamd xìng: men noemt eerst een ander ding om het eigenlijke onderwerp op te roepen. "Roepend de visarenden, op het eilandje in de rivier" — eerst de waterovogels die paren, dan pas de edele en de schone vrouw; "De perzikboom, zo jong en fris, stralend zijn haar bloesems" — eerst de glans van de perzikbloesem, dan pas de bruid die naar haar nieuwe huis gaat. De dichter verklaart niet welk logisch verband er bestaat tussen watervogels en een huwelijk; hij plaatst ze slechts naast elkaar, en het hart van de lezer slaat vanzelf een brug. De beeldspraak van de Zhouyi en de xìng-techniek van de Shijing zijn twee uitingen van dezelfde geest: hexagram Qian (Bescheidenheid) zegt niet "wees bescheiden" maar toont u "een berg in het midden van de aarde"; hexagram Jian zegt niet "alle dingen dienen geleidelijk te gaan" maar toont u een wilde gans die etappe voor etappe vliegt. Het beeld velt geen oordeel, het beeld toont slechts — en het menselijk hart begrijpt vanzelf. Wie dit doorziet, begrijpt waarom de Zhouyi al duizend jaar het lezen waard is: definities verouderen, bewijsvoeringen worden weerlegd, maar beelden zijn altijd nieuw — de berg staat nog altijd in het midden van de aarde, de wilde gans vliegt nog steeds.
Het derde recept: keer tot uzelf. Wij hebben reeds gezegd dat de rechte ader van het lezen van de Yi in de pre-Qin-tijd loopt van orakel naar deugd, van het bevragen van de Hemel naar het keren tot zichzelf. Bij elke zin die men leest, kan men zich afvragen: gaat dit over mij$22 "De hoogmoedige draak heeft berouw" — ben ik ergens te hoog gevlogen, te ver van de aarde, onbereikbaar geworden voor de stemmen om mij heen$23 "Bescheidenheid is verheven en toch stralend" (qiān zūn ér guāng) — heb ik mij ooit, in voorspoed, vrijwillig laag geplaatst$24 Zo gelezen worden de vierenzestig hexagrammen vierenzestig spiegels, en is dit boek niet langer een relikwie van drieduizend jaar geleden, maar de les van vanmorgen.
En wat onze verre vriend betreft — u schreef in uw brief dat u aan een vertaling van dit boek in uw moedertaal werkt, dat u in uw eigen taal de schoonheid van de Xici wilt bewaren, en dat dit "voor vele jaren een schone onderneming" zou zijn. Wij waren ontroerd toen wij dit lazen. De Xici zegt: "Het geschrevene put de woorden niet uit, de woorden putten de bedoeling niet uit" (shū bù jìn yán, yán bù jìn yì). Het geschrevene omvat niet alles wat gezegd zou kunnen worden, de woorden omvatten niet alles wat bedoeld wordt — dit is de afgrond waarvoor elke vertaler dagelijks staat, en waarvoor ook de makers van de Yi drieduizend jaar geleden stonden. Hun oplossing was "beelden oprichten om de bedoeling uit te putten" (lì xiàng yǐ jìn yì): waar begrippen tekortschieten, zet men beelden in om de mens over te zetten. Moge u, wanneer u bij het vertalen op een dood punt komt, dit oude middel gedenken — zoek de beelden in uw moedertaal en laat ze de bedoeling van de Xici overzetten.
Over het vertalen willen wij nog twee oprechte dingen zeggen. Ten eerste: de moeilijkheid van de Xici ligt meestal niet in de woordjes en zinnen maar in de kernbegrippen. Woorden als dào (Weg), shén (het numineuze), jī (het verborgen scharnier), yì (verandering), xiàng (beeld) zijn elk een diepe bron; de opening van elke bron lijkt op de andere, maar het water verschilt — men mag niet één vertaalwoord van begin tot eind doorvoeren. Hetzelfde karakter shén betekent in "wat aan yin en yang onpeilbaar is, noemt men shén" het onpeilbaar-wonderbaarlijke; in "om door te dringen tot de deugd van het goddelijk-lichte" het verborgen-en-openbare; en in "de geesten schaden het overvolle en zegenen het bescheidene" pas werkelijk de geesten. Onderzoek bij elke passage de context; liever één karakter met meerdere vertalingen dan één vertaling voor alle eeuwigheid. Ten tweede: de zinnen van de Xici ademen een eigen ritme — vier karakters, een pauze, twee paren in evenwicht, zoals "de zon gaat en de maan komt, de maan gaat en de zon komt" (rì wǎng zé yuè lái, yuè wǎng zé rì lái), of "in volmaakte stilte, onbewogen — bij aanraking doordringt zij ogenblikkelijk alles" (jì rán bù dòng, gǎn ér suì tōng). Dit ritme is een deel van de betekenis — het heen en weer, de symmetrie, de kringloop van de cadans voert zelf het wezen van yin en yang die elkaar voortduwen ten tonele. Kan de vertaling in uw taal een eigen ritme herscheppen, dan is, zelfs als de woorden hier en daar afwijken, het merendeel van de geest behouden; gaat het ritme geheel verloren, dan vrees ik dat zelfs bij woordelijke nauwkeurigheid de echtheid ontglipt. Een dichter die poëzie vertaalt, zoekt eerst de klank en dan pas het woord — zo dient men ook de Xici te vertalen.
Sinds de eerste westerse vertalingen van dit boek zijn er meer dan tweehonderd jaar verstreken; de vertalingen van grote namen hebben elk hun verdiensten en elk de stempel van hun tijd. Wat u nu doet — alleen, niet voor een graad, niet voor een uitgever, enkel om in uw moedertaal de schoonheid van een oud boek te bewaren, en er vele jaren voor uit te trekken — dat op zich is volmaakt in overeenstemming met het karakter van dit boek. De Xici zegt: "Het in stilte voltooien, zonder woorden en toch betrouwbaar — dat hangt af van de deugdelijke levenswandel" (mò ér chéng zhī, bù yán ér xìn, cún hū dé xíng). Voltooi het in stilte. Al scheidt de zee ons, wie opkijkt ziet dezelfde Hemel, wie neerkijkt raakt dezelfde Aarde; koude die komt en warmte die gaat, zon die gaat en maan die komt — het is dezelfde Yi. De Xici zegt: "De dingen groeperen zich naar soort, de wezens scheiden zich in klassen" (fāng yǐ lèi jù, wù yǐ qún fēn). Mensen groeperen zich naar het hart, niet naar bergen en zeeën.
De inleiding is hiermee voltooid, de bagage ingepakt. Terugblikkend op wat hier is gezegd: een boek dat is voortgekomen uit de waarneming van beelden, verdiept door beproeving, en gerijpt door wijsgerig denken; een symbolenstelsel dat van onder naar boven wordt gelezen, met tijd en positie als schering en inslag; een leeswijze die van orakel naar deugd voert; en enkele woorddrempels die men bij het binnengaan in acht dient te nemen. Het zijn alle woorden aan de voet van de berg. Het uitzicht in de bergen moet men etappe voor etappe zelf gaan zien. In het volgende stuk beginnen wij bij de allereerste zin van het werk:
De Hemel is verheven, de Aarde is nederig; zo staan Qian en Kun vast.